Voorbeelden van het gebruik van Omgaan in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ja, maar je vader kon er niet mee omgaan met wat ze deed.
Omgaan met jagers.
MV 1 kunnen actief omgaan met kleur en vorm, waardoor zij.
Onthaal van patiënten en omgaan met agressie.
Ze mogen met elkaar omgaan.
Nu moeten ze ermee omgaan.
Misschien heb je dat van jouw moeder of van omgaan met May.
Ik kan met gecompliceerd omgaan.
Maar Paula mag niet met je omgaan zolang je voor die man werkt.
Kan met toestellen omgaan;
Nee, maar je zou omgaan met Laurel.
Het leiding geven aan verandering en het omgaan met weerstanden.
Happy, ik ga ervan uit dat jij kan omgaan met de geigertellers?
Daar kan hij niet mee omgaan.
Maar ze is wel oke. Ze kan met ons omgaan.
Ik heb je zien omgaan met hem.
Max met Eve willen omgaan, pap.
Ik kan met wapens omgaan.
Chirurgie redt levens… als je kunt omgaan met de hitte!
Ethan, laat ons hiermee omgaan.