Voorbeelden van het gebruik van Beslissen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik moet beslissen wie er liegt!
Vandaag beslissen Amy en ik wat we allemaal gaan doen.
De mensen laten beslissen…- Wat beslissen?
V: Kan ik zelf beslissen waar ik wil werken?
Dat moet de directie beslissen.
Je moet alleen beslissen wat je.
Je kan alles voor ze beslissen.
Met de NeoCube zullen jij en jij alleen beslissen wanneer je creatie klaar is.
Ik bracht haar hier zodat jij kan beslissen wat er moet gebeuren.
Maar ik laat jou beslissen.
Kasjmir of holocaust. Wat in leven blijft… moet jij beslissen, Altaaf.
Bent u van plan uw vakantie en beslissen waar te verblijven in Toscane?
Ik mag beslissen?
Een deel van een invasie plan voor het geval ze dat beslissen.
je moet nu beslissen.
liet Carla beslissen hoe ze wilde terugvechten.
Ik vertelde onze dochter dat zij zelf mocht beslissen wat zij wilde doen.
Dus wilden we iedereen laten komen en dan samen beslissen.
Deze website zal naar behoren functioneren beslissen onze cookies niet te accepteren.
Mag ik het geld terug en later beslissen?
