Voorbeelden van het gebruik van Een afscheid in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dat is een verduiveld afscheid, Duck.
Elke week neemt er een agent afscheid. Ooit ben jij dat.
Een lang afscheid zal het worden.
Een afscheid ontbijt.
Is dit een afscheid?
Om te beginnen met een afscheid van het selectiebeleid.
Een beter afscheid van het Noordereiland konden we ons niet wensen.
Een afscheid geschenk.
Alsjeblieft, Doctore. Een vriendelijk afscheid.
Ik kan je niet laten gaan zonder een goed afscheid.
Dus, is dit een afscheid?
Het is al een zaak van een lange afscheid als zeer.
Dit is waarschijnlijk een afscheid.
Ja, een afscheid.
Dit was een afscheid.
Dit is een afscheid.
Heb jij mij niet proberen te kwetsen met een afscheid"?
Dat is dus dan een afscheid.
Kom terug en verzin tenminste een afscheid.
Om eerlijk te zijn klonk het als een afscheid.