Voorbeelden van het gebruik van Even weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik was even weg, maar nu ben ik terug.
Ik was even weg, dus kwam ik nu op bezoek.
Kan je even weg?
Even weg van Patty en Phil.
Ik moet even weg, maar ik.
Ik moet even weg, Ruth.
Kun je met de lunch even weg?
Jullie oude coach moest even weg.
En kan Dottie even weg?
Geen idee. Ze ging even weg, zei ze.
Libby moet even weg.
Joan moest even weg.
Kan je niet even weg?
Sorry, maar ik moet ook even weg.
Ik moet even weg.
Speciaal Agent DiNozzo is even weg.
Nou, ik ga even weg.
Ik moest even weg.
Ik moet even weg, maar als je nog steeds geobsedeerd bent, wil ik wel blijven.
Soms moet een man even weg, alleen zijn met zijn gedachten. Jezus!