Voorbeelden van het gebruik van Ga je in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Bart, waarom ga je zoveel met Nelson om?
Ga je me nu weer vertellen dat ik slecht ben voor de stad?
Ga je alleen?
Ga je vandaag naar de gym?
Daar ga je, buig je knieën.
Ga je nooit zonder dat ding van huis?
Buccaneer Cove: hier ga je met een lancha langs de kliffen.
Nu ga je naar de kelder, hoe sneller hoe beter.
Ga je naar het bal in het paleis?
Ga je morgen naar dat schaatsen?
Nu ga je naar huis.
Wat, ga je de rest van je leven in dat schijtgat werken?
Ga je altijd met vreemden om
Hoe ga je van dat naar dit?
Ga je mee naar Disneyland, oma?
Linds, misschien ga je beter een tijdje terug naar Maryland.
Dan ga je naar bed.
Dan ga je naar de morgen ster.
Ga je altijd zo gekleed?