Voorbeelden van het gebruik van Gaaf in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
En het is erg gaaf als je niet naar de winkel hoeft te rennen.
vond het erg gaaf.
Dat is gaaf.
McGee, je hebt gelijk dat het hier gaaf is.
Het schijnt gewerkt te hebben, gaaf, niet?
Dat klinkt gaaf, nietwaar?
Het moet gaaf zijn om anders
Ik had het over het gratis eten, maar dat is ook gaaf.
Dat was echt gaaf.
Je hebt zo'n gaaf haar.
Het was niet gaaf, Henry.
dat is niet gaaf.
Wasbeertjes zijn gaaf, maar die kunnen voor zichzelf zorgen.
Dat is zo gaaf.
Het is verdomd gaaf.
Valentino[Rossi] probeerde het jaren geleden al eens en dat was gaaf.
Dat is gaaf.
Maar het optreden was gaaf.
dat is niet gaaf.
Een kampleider zijn is niet zo'n gaaf zomerbaantje als je denkt.