Voorbeelden van het gebruik van Losmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik moet dit losmaken.
Audi TT Veiligheidsgordels losmaken.
Iemand moet de boot losmaken voordat hij weg kan.
ik moet zeikerd losmaken.
zal ik je pyjama koordje losmaken!
Kan je mijn handen losmaken?
Wil je dat losmaken?
Ik moet z'n handen losmaken.
Op zekere dag zal Hij de paarden van de bomen losmaken.
Mam, kan iemand m'n veter losmaken?
Losmaken van de bovenste laag beton.
Graven en losmaken van grond in bloembedden, voortuinen;
Het losmaken als een alternatief voor het graven.
Lekkage: losmaken verbinden of afdichting verbroken.
Het werkt door het losmaken van de spiermassa in de luchtdoorgang.
Het losmaken van de grond of mulchen;
De riem losmaken na de maaltijd.
trekken, losmaken, schudden.
Laat iemand me losmaken. Verdomme.
Je kunt de waarheid losmaken.