NAM ZIJN - vertaling in Spaans

tomó su
van uw rekening
nemen uw
maak uw
pak hun
u uw
llevó su
breng uw
neem uw
dragen uw
leiden hun
draag uw
voeren uw
cogió su
vangen uw
sacó su
nemen uw
u trek uw
trek je
hij zijn
quité su
grabó su
neem uw
opnemen uw
te registreren uw
tomó sus
van uw rekening
nemen uw
maak uw
pak hun
u uw
tomé su
van uw rekening
nemen uw
maak uw
pak hun
u uw
tomaron su
van uw rekening
nemen uw
maak uw
pak hun
u uw
ha asumido su

Voorbeelden van het gebruik van Nam zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Je nam zijn ogen. Waarom?
Le sacaste los ojos.¿Por qué?
De eerste zoon nam zijn helft;
El primer hijo tomó la mitad;
Ik nam zijn identificatie, maar niet met kwade bedoelingen.
Me estropeé el coche y me llevé su identificación pero no lo hice con malas intenciones.
Church nam zijn tijd om de zekeringen te vinden.
Church se tomó su tiempo para encontrar la caja de fusibles.
Antiochus verstootte Berenice en nam zijn vroegere vrouw Laodice terug.
Antíoco dejó a Berenice y tomó de nuevo a su esposa Laodicea.
Hij kwam binnen en nam zijn tas mee terwijl ik lag te slapen.
Vino y se llevó su bolso mientras dormía.
De Silver Spirit nam zijn 6750 cc V8 over van zijn voorganger.
El Silver Spirit tomó de la 6750 cc V8 respecto a su predecesor.
De koning nam zijn taak zeer serieus.
Como rey se tomó su trabajo muy en serio.
Ik nam zijn de familie, om hem te laten lijden.
Yo tome a la familia de Klaus para hacerla sufrir.
De eerste zoon nam zijn helft, de helft van 18 is negen.
El primer hijo tomó la mitad; la mitad de 18 es 9.
Ze nam zijn duimafdruk.
Le tomó las huellas dactilares.
Ze martelde hem en nam zijn stemgeactiveerde code op.
Posiblemente lo torturaron Para grabar su voz activando el código.
Wie dan ook nam zijn energie staf.
El que se llevó su bastón de energia.
Hij nam zijn pijn!
Él tomó el dolor de él!
Hij nam zijn hoed af uit dankbaarheid.
Y se quitó el sombrero en señal de gratitud.
En die politieman nam zijn hoed af en boog neer op één knie.
Y ese policía se quitó su sombrero y se hincó en una rodilla.
Iemand nam zijn tijd.
Alguien se tomó su tiempo.
De Prez nam zijn gekke pillen weer.
El Prez estaba tomando las pastillas locas de nuevo.
Hij nam zijn vorm en lag met je moeder.
Él pensó que había tomado su forma para poder acostarme con tu madre.
Pa nam zijn kansen net
Papá asumió sus riesgos, justo
Uitslagen: 264, Tijd: 0.0754

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans