Voorbeelden van het gebruik van Voel in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Blossom: Ik voel… een heel groot!
Vandaag voel ik me… heel gelukkig.
Wat voel je nu?” probeerde ik voorzichtig.
Ik voel me onderbezet.
Nu, ineens, voel ik me… zo grappig.
Voel ik me als een slang die een ijspegel heeft ingeslikt.
Ik wilde niet onbeleefd zijn. Hoe voel jij je, Lee?
Ik ben oké, hoe voel jij je?
Hey George, hoe voel jij je?
Maar wanneer ik over dit alles nadenk… voel ik alleen leegheid. Treurig.
Ik kreeg vragen als: ‘Welke kleur voel jij je vandaag?'.
Als je denkt aan geld, wat voel je dan?
Vraag aan je kind: Wat voel je?
Kijk, voel, laat het leven je bij de hand nemen.
Voel hoe het veel meer is dan een hoeveelheid fysieke cellen.
Voel het leven dat je bent,
Download en voel de komende vakantie!
Kijk, luister en voel of de ademhaling normaal is.
Kijk en voel jaloezie!
Zie en voel meer om u heen.