Voorbeelden van het gebruik van Was god in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Was God vermoeid van het scheppingswerk?
De dag van de wedstrijd was God in elk geval in opperbeste stemming.
Waarom was God zo geïnteresseerd in het creëren van dit nieuwe?
In het Oude Testament was God in Zijn tempel.
Was God, op de hand van het football team, dit jaar?
Gelukkig voor Ida was God aan het luisteren.
Was God tegen hun?
Bij Yumimoto was God de directeur en de onderdirecteur was de Duivel!
Dat was God zegene u?
Misschien was God daar bij hem.
Toen was God met hen en ze waren geestelijk
Ouwe tijd was God wraakzuchtig en kortaangebonden.
Hij versloeg Farao's hele leger, maar daar was God in.
In de begintijd van de mens was God een Vrouw.
Nee, dat was god.
Kijk, daar was God in een theofanie.
Misschien was God ook… een beetje ongeduldig met Michael.
in iedere kerk was God.
Oorzaak van al deze ellende was God.
Toen de Tempel er stond was God werkelijk voor iedereen.