Voorbeelden van het gebruik van Ziek in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hij zei dat Luis één of ander ziek spelletje speelt.
Ik ben ziek van hersens!
Vaak ziek en dat zelfs de gewone verkoudheid moeilijk af te weren is.
Ze werd ziek. En ze ging dood.
Zijn Patton en MacArthur ziek?
Dit is zo ziek.
Ik word ziek van jou en je leugens… en je signalen.
Assange te ziek voor videoverhoor in uitleveringszaak.
Ben ik ziek?
Zijn ze ziek?
Want dat, is ziek.
Ik ben ziek van de zon en de mojitos.
Een vriend van me is ziek.'.
We zijn allebei ziek.'.
Gedurende deze periode is de vrouw voortdurend ziek, maar braakt niet.
Nee nee nee, dit is ziek.
Ik ben ziek van Parijs.
Ik was de dag van de inval"ziek.".
Zijn ze ziek?
Ik ben ziek van jouw jaloezie.