Voorbeelden van het gebruik van Ziek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik denk dat ik ziek word.
Dank je. Je was heel ziek.
Een familielid in Rugova is ziek.
Hij kan beter ziek zijn… dan er niet zijn.
Over hoe ziek deze plek is?
En jij bent een ziek, doorgedraaid kutwijf.
Ik was ziek van rond te sluipen.
Mama. Ziek zijn is niet onvolmaakt zijn.
Ik voel me zo ziek.
Maar je jongste is ziek.
Het is… niet ziek.
Ik ben 'n ziek en zielig mens.
Dan worden er 24 ziek, negen sterven en de rest geneest.
Ziek geld, smerig geld….
Wees blij. Mannen zijn ziek op twee manieren, zoals Jackson of zoals Ben Warren.
Ik ben ziek van je, mijn leven te gebruiken als een dambord!
Ik word elke keer ziek.
Z'n vrouw is erg ziek.
Waarom dierbaren ziek worden.
Maar toen was hij al ziek.