ÉPOCA - vertaling in Nederlands

tijd
tiempo
hora
momento
época
vez
período
rato
tijdperk
era
época
edad
tiempo
período
moment
momento
punto
tiempo
época
instante
ahora
actualmente
periode
período
periodo
tiempo
época
plazo
duración
toen
entonces
luego
momento
y cuando
tijdvak
período
época
periodo
seizoen
temporada
estación
año
destijds
momento
entonces
en aquel entonces
época
por aquel entonces
en su día
tijden
tiempo
hora
momento
época
vez
período
rato
tijde
tiempo
hora
momento
época
vez
período
rato
tijdperken
era
época
edad
tiempo
período

Voorbeelden van het gebruik van Época in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Mejor época para viajar: país por país.
Beste reistijd om te vertrekken: land per land.
Por una época, obsesionaron a Andrés con la idea de casar a Jennifer.
Voor een keer was Andy geobsedeerd door het idee van trouwen met Jennifer.
Mejor época para: Turismo activo, Senderismo, Surf.
Beste reistijd voor: Actieve vakantie, wandelvakantie, surfen.
Buena época.
Een goed moment.
En esa época, comienza una carrera criminal de mano de uno de.
Vroeger begon een criminele loopbaan met een.
Realmente te encanta esta época del año,¿verdad?
Je houdt echt van deze tijd van het jaar, nietwaar?
La época invernal convierte los jardines en magníficos paisajes.
Het winterse jaargetijde veranderd de inheemse tuinen weer in sprookjesachtig mooie landschappen.
Bueno… es que… estaba enamoradísima de ti en aquella época.¿Qué?
Ik was vroeger verliefd op je?
Mejor época para: Turismo activo,
Beste reistijd voor: Actieve vakantie,
En verdad amas esta época del año,¿no?
Je houdt echt van deze tijd van het jaar, nietwaar?
Mejor época para viajar%COUNTRY_TO%(Canadá)?
Beste reistijd om %COUNTRY_TO% te gaan(China)?
Me encanta esta época del año.
Ik hou er van deze tijd van het jaar.
En esa época yo era el abogado de ellos.
Ik was indertijd hun advocaat.
Ellos ocultaban un montón de cosas en esa época, mi madre era una de ellas.
Indertijd hielden ze meer dingen achter, mijn moeder hoorde daar bij.
Rodriguez, en esa época, tenía todo a su favor.
Rodriguez had toentertijd alle mogelijkheden.
A Julie le encantaba esta época del año.
Ze hield van deze tijd van het jaar.
Nuestra época sigue luchando por pensar en ideas de igualdad y diferencia conjuntamente.
In onze tijd worstelen we nog steeds met ideeën over gelijkheid en verschil.
No me gusta esta época del año.
Ik houd niet van deze tijd van het jaar.
Era el único modo de documentarlo. En esa época no había helicópteros que nos siguieran.
Toentertijd waren er geen helikopters die met ons meevlogen.
Para la época actual la precisión esperada es mejor
Voor de huidige epoche is de te verwachten nauwkeurigheid beter
Uitslagen: 23253, Tijd: 0.1738

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands