ABGEFACKELT HAT - vertaling in Nederlands

in de fik stak
abfackeln
anzünden
niederbrennen
in brand stecken
verbrennen
afbrandde
niederbrennen
abfackeln
abbrennen
verbrennen
anzünden
nieder
in brand
verbrandde
verbrennen
verbrennung
anzünden
niederbrennen
abfackeln
sonnenbrand
einäschern
verglühen
heeft afgebrand
in brand heeft gestoken
af te fikken

Voorbeelden van het gebruik van Abgefackelt hat in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Ich hab ihm verziehen, dass er mein Modellhaus abgefackelt hat.
Ik heb hem de brand in m'n huis vergeven.
der seine Unterhose auf dem Herd trocknen wollte und fast die Küche abgefackelt hat?
die zijn ondergoed probeerde te drogen in de kachel… Is dit dezelfde Bobby Tooge.
Und das Wohnzimmer abgefackelt hat? Wisst ihr noch, als Mom für Dad eine Überraschungsparty geschmissen?
Weten jullie nog dat mama een feest organiseerde voor papa… en de woonkamer in de fik zette?
ich… ein Knacki, der ein Restaurant abgefackelt hat nehmen bei der Bank of America einen Kredit auf, um ein Restaurant in der Bronx zu eröffnen!
een alcoholistische sommelier en ik, een veroordeelde voor het afbranden van een restaurant gaan naar de bank voor een lening voor een restaurant in de Bronx!
Danke, dass du das Museum nicht abgefackelt hast, Partner.
En bedankt datje het museum niet in brand stak, partner.
du fast das Mumbaier Institut abgefackelt hättest.
je bijna het Mumbai-instituut afbrandde.
Nachdem ich deinen Boss abgefackelt habe, verlässt mich meine Freundin.
En nadat ik je baas in de fik heb gestoken, gaat m'n vriendin weg.
Der beinahe unsere Garage abgefackelt hätte?
Hij brandde onze garage bijna af?
Dass du fast unser Haus abgefackelt hättest, weil du wütend auf mich warst.
Dat je het huis bijna liet afbranden omdat je kwaad was op mij.
Das FBI zog mich vor 8 Monaten hinzu, nachdem sie die Stadt abgefackelt hatten.
De FBI lichtte me acht maanden geleden in… nadat ze het stadje platbrandden.
Du willst wissen, warum ich den Wohnwagen abgefackelt habe.
Wil je weten waarom ik die camper in het bos in de brand heb gestoken?
Es ist nicht entscheidend, wo mein Finger war oder was ich abgefackelt habe.
Het is niet belangrijk waar ik mijn vinger instak en wat ik platgebrand heb.
Oh, Gott! Das ist der Bulle, den wir abgefackelt haben.
Dat is die agent die we in brand hebben gestoken.
Aus dem Haus, das ihr abgefackelt habt.
Van de tent die jullie lieten afbranden.
weil ich das Haus abgefackelt habe.
omdat ik ons huis in brand heb gestoken.
Und jetzt muss ich erkennen, dass ich die ganze Stadt abgefackelt hab.
En in m'n roes de hele stad heb platgebrand.
Gleich nachdem ich euer Haus abgefackelt hab.
Nadat ik je huis plat heb gebrand.
Wenn du das ganze verdammte Gebäude abgefackelt hättest?
Als je het hele gebouw had afgebrand?
Schön, dass vergessen wurde, dass wir fast die Schule abgefackelt haben.
Fijn dat we geen straf krijgen voor de brand op school.
Das ist der Bulle, den wir abgefackelt haben. Oh.
Dat is die agent die we in brand hebben gestoken.
Uitslagen: 45, Tijd: 0.0576

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands