Voorbeelden van het gebruik van Anderhalve week in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Anderhalve week later, mijn oom.
Ik heb nog anderhalve week.
Anderhalve week geleden miste ze een dienst
Dat is nu anderhalve week geleden.
Anderhalve week.
Ongeveer anderhalve week.
Anderhalve week isolatie heeft hem erg eenzaam gemaakt.
Ik heb een vreselijke anderhalve week gehad.
Wat een onzin. U zit al anderhalve week in de startblokken.
Anderhalve week was 't enig.
Anderhalve week, maximaal.
Anderhalve week misschien.
Dat is toch niet zo lang? Anderhalve week.
Waar was je anderhalve week geleden?
U zit al anderhalve week in de startblokken.
Hij is hier nu anderhalve week.
Dat doet hij al anderhalve week niet meer.
En mij kostte het anderhalve week.
Anderhalve week geleden is opnieuw pijnlijk duidelijk geworden hoe weinig bereid we in de Europese Unie zijn om duidelijkheid
moet u eerst anderhalve week stoppen met voeren