Voorbeelden van het gebruik van Breng in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Breng me bij hem of ik laat je geselen!
Breng het geld voordat ze sterft.
Breng ze naar buiten. -Dag, Hilda!
Ik breng hem naar zijn huis.
Wat?- Breng me aan het lachen?
Ik breng je ouders naar hier.
Ik breng haar naar de legerpost.
Ik breng je straks naar de eeuwigheidsvleugel.
Breng me naar huis!
Breng hem terug naar Sea World.
Breng me wat er in die la ligt.
Nee, ik breng je, zoals altijd.
Breng het naar de privékamers boven.
Breng haar naar 't campagnebureau.
Dan breng ik hem naar de politie.
Ik breng u naar de ziekenzaal.
Verboden vrucht? Breng me niet in verleiding!
Ik breng je wel thuis met m'n auto.
Breng me hier vandaan of ik breek haar nek.
Ik breng je wel.