Voorbeelden van het gebruik van Daar weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Haal hem daar weg, Sara. De eerste.
Haal hem daar weg!
Ga daar weg.
Ben je niet blij dat je daar weg bent?
Ik beloof je, dat ik je daar weg haal.
Ga naar de kliniek en haal Rachael daar weg.
Shaw, je moet daar weg zien te komen!
Zorg dat iedereen daar weg is, vind Hetty
Ze moet daar weg.-Mooi zo.
Ik wil daar weg.
Intussen moeten jullie daar weg.
Haal het daar weg.
Ik wilde daar weg.
Hij moet daar weg.
Ze moest daar weg.
Je moet daar weg, nu! Steve.
Je moet daar weg, oké?
Je moet daar weg, en ik ook.
Haal hem daar weg!
Haal Mico daar weg.