Voorbeelden van het gebruik van Doe dat weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Doe dat weg.
Doe dat weg.
Doe dat weg.
Bob, doe dat weg.
Doe dat weg.
Jeff, doe dat weg.
Alsjeblieft, doe dat weg.
Doe dat weg.
Doe dat weg.
Doe dat weg.
Doe dat weg, jongen!
Doe dat weg, voor we opgepakt worden.
Doe dat weg, Arthur.
Doe dat weg en begin opnieuw.
Doe dat weg, Tel.
Em, doe dat weg.
Doe dat weg en denk niet meer aan Peppone!
Doe dat weg, Meek.
Doe dat weg, rotzak!
Doe dat weg, man. Kom op?
