Voorbeelden van het gebruik van Doet het toch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar je doet het toch.
Hij doet het toch, je hebt hem gehoord.
Je doet het toch niet echt?
Je doet het toch met je tennisgroupies.
Zeg het maar niet, want pijn doet het toch.
Nee.- Maar je doet het toch?
K Ga 't verklappen, hij doet het toch.
Ik had de details niet moeten opzoeken, maar iedereen doet het toch? Eigenlijk, kijk.
Maar hij doet het toch. Pap… Ik vroeg Jana om me niet aan te raken… Pap….
iedereen denkt:'doe het niet', maar je doet het toch.
En je doet het toch, ben je dan een fan?
Maar we doen het toch.
Maar we doen het toch, want zo zijn helden.
Maar we doen het toch. Nee.
Dat weten ze, maar ze doen het toch.
Dat doen jullie, met tegenzin, maar jullie doen het toch.
Ik zou maar naar buiten gaan, want ik doe het toch.
Maar je deed het toch.
Doe het toch zelf!
Doe het toch, sorry.