HAD HET ALTIJD - vertaling in Duits

hat immer
hebben altijd
zijn altijd
hebben steeds
deden altijd
hebben vaak
krijgen altijd
zijn steeds
hebben telkens
hebben allemaal
draagt altijd
sprach immer
praten altijd
hebben het steeds
spreken altijd
hat ständig
hebben voortdurend
hebben continu
waren altijd
hadden altijd
hebben steeds
hebben heel de tijd
hat dauernd
hatte immer
hebben altijd
zijn altijd
hebben steeds
deden altijd
hebben vaak
krijgen altijd
zijn steeds
hebben telkens
hebben allemaal
draagt altijd
hast immer
hebben altijd
zijn altijd
hebben steeds
deden altijd
hebben vaak
krijgen altijd
zijn steeds
hebben telkens
hebben allemaal
draagt altijd
redete immer
praten altijd
hebben het altijd
zeggen altijd
hat die ganze Zeit

Voorbeelden van het gebruik van Had het altijd in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
M'n vader had het altijd over het universum, de krukas van God.
Mein Vater sprach immer vom Universum. Der Kurbelwelle Gottes.
Alfie had het altijd over de mist, de regen.
Alfie hat immer über den Nebel und den Regen geredet.
Je had het altijd over de regels voor maten.
Du hast immer diese Regeln für Brüder zitiert.
Ronnie had het altijd warm.
Ronnie hatte immer eine hohe Körperwärme.
Hij had het altijd over jou.
Er sprach immer über dich.
Ze had het altijd koud.
Sie hat immer gefroren.
Je had het altijd over de regels voor maten.
Du hast immer diese Männergebote zitiert.
Ik had het altijd druk.
Ich hatte immer viel zu tun.
Xaverius had het altijd over je.
Xaverius hat immer von Ihnen gesprochen.
Mijn vader had het altijd over het moment.
Mein Vater sprach immer davon, den Moment einzufangen.
Je had het altijd over haar.
Du hast immer von ihr gesprochen.
Ik had het altijd zo druk.
Ich hatte immer so viel zu tun.
Ik had het altijd zwaar.
Ich habe ständig gelitten.
Je had het altijd bij je.
Du hattest es immer bei dir.
Ik had het altijd in m'n zak.
Ich hatte es immer dabei.
Hij had het altijd aan de stok met de jongen.
Er hatte es immer auf den Jungen abgesehen.
Ik had het altijd te druk.
Ich gab immer vor, zu tun zu haben.
Ik had het altijd geweten.
Ich habe es immer gewusst.
Hij had het altijd bij zich.
Er hatte es immer bei sich.
Juliette had het altijd om.
Juliette trug sie ständig.
Uitslagen: 66, Tijd: 0.0598

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits