SPRACH IMMER - vertaling in Nederlands

had het altijd
reden immer
haben immer
reden ständig
zei altijd
sagen immer
reden immer
sagen meistens
meinen immer
sprak altijd
sagen immer
sprechen immer
praatte steeds

Voorbeelden van het gebruik van Sprach immer in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Sie sprach immer über ein Versteck, das nur sie kannte.
Ze praatte vaak over een verstopplek van vroeger.
Er sprach immer über die Leute, die er getroffen hat.
Hij bleef praten over deze mensen die hij had ontmoet.
Er sprach immer von einer privaten Forschungseinrichtung.
Hij had het altijd over een privé onderzoek centrum.
Ja. Er sprach immer von dir.
Ja. Hij had het altijd over je.
Sie sprach immer über Australien.
Ze had het altijd over Australië.
Kevin. Ja. Meine Mom sprach immer über diesen Tag, als wir jünger waren.
Ja. Kevin. Mam had het altijd over deze dag toen we klein waren.
Sie sprach immer von woanders.
Ze sprak altijd over elders.
Cory sprach immer davon, aber er nahm mich nie mit.
Cory sprak er altijd over, maar hij nam me nooit mee.
Aber sie sprach immer von ihrem Dad und all seinen Problemen,
Maar ze praatte steeds over haar pap en z'n problemen.
sie klein war. Meine Großmutter sprach immer von einer Geisterlokomotive.
nu… M'n grootmoeder had al verhalen over spooklocomotieven.
Wie war ihr Name? Es gab… Es gab jemanden, der ihn besser kannte… Diese Frau… Sie sprach immer mit ihm… Er geht.
Wat was haar naam?-Hij gaat. Er was… Er was iemand die hem beter kende… Die vrouw… Ze praatte altijd met hem.
Sie erinnerte ihn, dass er die Wahrheit sprach immer und wann immer fragte er trösten
Ze herinnerde hem eraan dat hij de waarheid sprak altijd en wanneer hij vroeg zou troosten
Spricht immer mit seinem Spiegelbild.
Praatte altijd tegen z'n spiegelbeeld.
Du sprichst immer so einfach.
Je praat altijd zo makkelijk.
Er spricht immer mit seiner Oma, die vor sechs Jahren gestorben ist.
Hij praat altijd tegen zijn oma die zes jaar geleden overleden is.
Du sprichst immer davon, wie toll du darin bist, uns aufzubauen.
Je praat altijd over hoe geweldig je voor ons zorgt.
Ich spreche immer zu Gott.
Ik praat vaak met God.
Doc Swain spricht immer nur über Babys.
Hij praat altijd over kinderen.
Du sprichst immer nur von Niks Glück.
Je hebt het altijd over Nik's geluk.
Ich spreche immer meine Gebete.
Maar ik zeg altijd mijn gebeden.
Uitslagen: 42, Tijd: 0.0521

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands