Voorbeelden van het gebruik van Spreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Soms spreken mensen de waarheid.
En waar spreken wij af?- Goed.
We spreken elkaar morgen weer.
Dank je. U wilde mij spreken, meneer?
Een collega vertelde me dat u mij wilde spreken.
Sorry, ik moet Valentina spreken.
We spreken dus slechts over de overige 19.
Spreken van schoonheid.
Als we Luka spreken vandaag, moeten we hem vermoorden.
Wij spreken Uw namen uit als ontbieding.
We spreken elkaar nog.
Als we weten waarom, willen we u misschien opnieuw spreken.
Ik wil mijn vader spreken.
Nee, ik moet hem spreken.
Maar ik wil gewoon de oudste spreken.
Wij spreken hier vandaag niet over wortelen,
Spreken van de kust planten,
Marie Fougerolles spreken op de 14e. Mama!
We spreken hier alleen de waarheid.
Dan willen we hem spreken.