SPREKEN - vertaling in Duits

sprechen
spreken
praten
hebben
zeggen
woord
pleiten
reden
praten
spreken
hebben
zeggen
toespraken
speeches
sehen
zien
kijken
spreken
ontmoeten
lijken
treffen
ontmoeten
ontmoeting
nemen
bijeenkomst
vergadering
zien
raken
afspraak
spreken
maken
sagen
zeggen
vertellen
leiding
laten
baas
noemen
unterhalten
praten
onderhouden
spreken
vermaken
hebben
gesprek
kletsen
babbelen
entertainen
amuseren
diskutieren
bespreken
discussiëren
debatteren
praten
behandelen
discussie
debat
wisselen
discuteren
apropos
trouwens
spreken
daarover
sprekend over
nu we het over
à propos
befragen
verhoren
spreken
praten
interviewen
ondervraag
raadplegen
te ondervragen
ondervragen
vragen
bevragen
spricht
spreken
praten
hebben
zeggen
woord
pleiten
rede
praten
spreken
hebben
zeggen
toespraken
speeches
spreche
spreken
praten
hebben
zeggen
woord
pleiten
redet
praten
spreken
hebben
zeggen
toespraken
speeches
sprecht
spreken
praten
hebben
zeggen
woord
pleiten
redest
praten
spreken
hebben
zeggen
toespraken
speeches

Voorbeelden van het gebruik van Spreken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Soms spreken mensen de waarheid.
Manchmal sagen Leute die Wahrheit.
En waar spreken wij af?- Goed.
Und wo treffen wir uns? Gut.
We spreken elkaar morgen weer.
Wir unterhalten uns morgen weiter.
Dank je. U wilde mij spreken, meneer?
Sie wollten mich sehen, Sir? Danke?
Een collega vertelde me dat u mij wilde spreken.
Mein Kollege sagt, Sie wollen mit mir reden.
Sorry, ik moet Valentina spreken.
Entschuldigen Sie mich, ich muss mit Valentina sprechen.
We spreken dus slechts over de overige 19.
Wir diskutieren also nur über die restlichen 19.
Spreken van schoonheid.
Apropos schön.
Als we Luka spreken vandaag, moeten we hem vermoorden.
Wenn wir Luka heute treffen, sollten wir ihn umlegen.
Wij spreken Uw namen uit als ontbieding.
Wir sagen deinen Namen als Beschwörung.
We spreken elkaar nog.
Wir unterhalten uns noch.
Als we weten waarom, willen we u misschien opnieuw spreken.
Sobald wir wissen, warum, befragen wir Sie eventuell noch mal.
Ik wil mijn vader spreken.
Ich will meinen Vater sehen.
Nee, ik moet hem spreken.
Nein, ich… ich… ich muss ihn sprechen.
Maar ik wil gewoon de oudste spreken.
Ich will nur mit dem Ältesten reden.
Wij spreken hier vandaag niet over wortelen,
Wir diskutieren hier und heute nicht über Karotten,
Spreken van de kust planten,
Apropos Küsten-Pflanzen, ist es unmöglich,
Marie Fougerolles spreken op de 14e. Mama!
Mama! Treffen mit Marie Fougerolles am 14!
We spreken hier alleen de waarheid.
Wir sagen hier nur die Wahrheit.
Dan willen we hem spreken.
Dann sollten wir uns mit ihm unterhalten.
Uitslagen: 25592, Tijd: 0.078

Spreken in verschillende talen

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits