Voorbeelden van het gebruik van Hadden 't in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We hadden 't moeten uitzoeken.
We hadden 't bijna niet gekocht.
We hadden 't wel overleefd.
We hadden 't niet beter kunnen plannen.
Jullie hadden 't erover, maar ik heb niks.
Eigenlijk hadden 't zwaneneieren moeten zijn,
Jullie hadden 't makkelijk met me.
We hadden 't helemaal rond.
We hadden 't allebei mis.
We hadden 't over die arme Renate.
We hadden 't mis.
De kippen hadden 't vast opgegraven.
We hadden 't onder controle.
We hadden 't onder controle.
We hadden 't onder controle.
We hadden 't geregeld.
M'n ouders hadden 't niet echt.
We hadden 't geen spraak moeten geven.
We hadden 't niet moeten zeggen.
We hadden 't ons niet kunnen veroorloven.