Voorbeelden van het gebruik van Heel hard in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heel hard werken.
Roep heel hard"voorin".
Ze fluisteren heel hard sinds ik hier ben.
Ik ga even een stukje heel hard fietsen.
Ka Suo, het sneeuwt heel hard.
Je moeder heeft heel lang heel hard gewerkt.
Dus ik zette de radio heel hard aan en ik trapte het gas in.
Denk heel hard aan iets.
Ik doe heel hard mijn best om hem niet te zijn.
Ze zei het heel hard, ze schreeuwde het.
maar schreeuwen heel hard.
Als we bijvoorbeeld heel hard moeten lopen, dan kunnen we heel hard lopen.
En dat is heel hard.
Hij slaat hem heel hard.
Ja, bid heel hard.
Dan schreeuw ik heel hard'hollen'.
Niet heel hard… maar ook niet zacht.
Ik ga heel hard bidden.
Maar mijn moeder werkte heel hard zodat ik ernaartoe kon.
Mijn zoon praat altijd heel hard als hij neerbuigend tegen me doet.