Voorbeelden van het gebruik van Maand weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hij blijft een maand weg.
We gaan over een maand weg.
Mr Sampson al een maand weg is.
Moeten ze elke eerste maandag van de maand weg?
Ze is al anderhalve maand weg.
Ze is al een maand weg.
Verdomme. Dus je bent een maand weg?
Dan is de kudde in 'n maand weg.
Toen Chris en ik een maand weg waren.
Nee, je bent pas een maand weg.
En… toen was ze binnen een maand weg.
Ja. een maand weg ging. Op zeven april vertelde je me dat je vrouw… De serveerster?
Ze zijn 'n maand weg.
We zijn over een maand weg.
Ik moet hier binnen een maand weg.
Ik ben al een maand weg.
Ik ben maar een paar maand weg.
Hij is maar 1 week per maand weg.
Hij bleef zomaar eens een maand weg.
Hij is toen een maand weg geweest.