Voorbeelden van het gebruik van Nu meteen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nu meteen.-Wat?
Omdraaien. Shit. Nu meteen.
Nu meteen. Je gaat weg uit de stad.
Ja. Nu meteen?
Nu meteen.-Je moet kalmeren.
En ik ga het nu meteen bewijzen.
Nee, u neemt ze nu meteen.
Nu meteen.-Troy, hou nou maar op.
Je bedoelde nu meteen.
Wat kan ik doen? Nu meteen.
Nu meteen. Laat me los.
Weet ik.-Nu meteen.
Ja, meneer.- Nu meteen?
Nee, nu meteen.
Stop ermee. Nu meteen.
Nu meteen. Ik wil mooi roze stukken, zonder zenuwen.
Dat zei ze toch. Nu meteen?
