Voorbeelden van het gebruik van Nu meteen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Johnny, ik wil je spreken in mijn kantoor. Nu meteen.
Roep je vader nu meteen.
Dat ga ik doen. Nu meteen.
Ik ben beslist geen pedofiel. 50.000 dollar. Nu meteen.
Applaus alsjeblieft, nu meteen.
Maak een MRI van hem en zijn zus, nu meteen.
We zullen het hier doen, nu meteen.
Mam, we moeten praten. Nu meteen.
Kom op, we doen het hier. Nu meteen.
Alles opbiechten, nu meteen, Wij allemaal.
Ik wil mijn goud terug. Nu meteen.
Ik heb zin in je. Hier. Nu meteen.
Ik wil nu meteen mijn geld terug.
Nu meteen, oké?
Niet nu meteen.
Gaat ze nu meteen plassen?
Nu meteen.
Niet nu meteen, in het algemeen.
Nu meteen.
Nu meteen.