Voorbeelden van het gebruik van Oplossen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik moest dit prohleem oplossen.
Hoe ik het zou oplossen als het kon.
We moeten dit zelf oplossen.
Hij kan dit oplossen.
Ik moet naar de praktijk en dit oplossen.
Ik kan niet alles oplossen.
Het oplossen van problemen met de box-shadow,
Ik heb iemand gezocht die het probleem kon oplossen.
We moeten dit meteen oplossen.
Wacht. Ik weet hoe we het kunnen oplossen.
Ik denk echt dat ik dit zelf moet oplossen.
kunnen we alles oplossen.
we onze problemen zouden oplossen.
Het probleem oplossen.
Je moet met Carl jullie problemen oplossen.
Voorkomen en oplossen van jurisdictiegeschillen in strafzaken debat.
Werkmethoden voor het oplossen van de ziekte.
Ik zal dit zelf oplossen.
Natuurlijk zijn er nog enkele kleine verschillen die we verder moeten bespreken en oplossen.
Nee. Niets dat we niet kunnen oplossen.