Voorbeelden van het gebruik van Trillen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je tanden trillen.
licht tikken en trillen.
Zelfs de rivier zal trillen.
Maak mijn wijsvinger trillen.
anders trillen mijn handen.
Stap drie, laat hen trillen.
Ze trillen nu.
Onmiddellijke begin& macht weg, geen het trillen, geen het zoemen.
Kom op. Mijn handen trillen echt.
De objecten, waarom trillen ze?
zal de aarde trillen.
Nee. Die spieren zouden moeten trillen.
Nu hebben ze genoeg massa om hoorbaar te zijn als ze trillen.
Mensen trillen van angst omdat ik de macht heb om ze bang te maken.
schimmel plaat trillen, koeling.
Snelle initiatie, geen het trillen, geen rf;
Kijk, je heupen trillen.
Niet trillen.
Verdomme. Je handen trillen.
Ik laat je trillen.