VAAK BEN - vertaling in Duits

oft warst
vaak zijn
oft hast
vaak hebben
keer heb
vaak ben
dikwijls hebben
vaak krijgen
vaak doen
oft wurdest
vaak worden
vaak zijn
vaak zul
dikwijls worden
vaak krijgen
vaak gaan
veelal worden
oft bist
vaak zijn
oft waren
vaak zijn
oft bin
vaak zijn
oft haben
vaak hebben
keer heb
vaak ben
dikwijls hebben
vaak krijgen
vaak doen
oft wurden
vaak worden
vaak zijn
vaak zul
dikwijls worden
vaak krijgen
vaak gaan
veelal worden
oft hat
vaak hebben
keer heb
vaak ben
dikwijls hebben
vaak krijgen
vaak doen
häufig bin
oft warer_1

Voorbeelden van het gebruik van Vaak ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Hoe vaak ben je met Linda op vakantie geweest?.
Wie oft bist du mit Linda in den Urlaub gefahren?
Hoe vaak ben je buiten de muren geweest?.
Wie oft warst du außerhalb der Mauern?
Hoe vaak ben je gewond geraakt sinds je hiermee begon?
Wie oft wurdest du verletzt, seit du damit angefangen hast?
Hoe vaak ben je in beroep gegaan?
Wie oft hast du Berufung eingelegt?
Hoe vaak ben je sociaal met haar geweest?.
Wie oft haben Sie sich mit Ihr… informell getroffen?
Mijn god, hoe vaak ben je getrouwd?
Mein Gott, wie oft waren Sie verheiratet?
Hoe vaak ben je met 'm uit geweest?.
Wie oft bist du mit ihm ausgegangen?
Hoe vaak ben ik gestorven?
Wie oft bin ich schon gestorben?
Hoe vaak ben je blut geweest, Kaptein?
Wie oft warst du schon pleite, Skipper?
Hoe vaak ben je geneukt op een woonboot?
Wie oft hast du dich auf'nem Hausboot knallen lassen?
Hoe vaak ben jij opgepakt?-Jacques.
Wie oft wurdest du verhaftet?- Jacques.
Hoe vaak ben je al geïrriteerd door de….
Wie oft haben Sie durch das geärgert….
Hoe vaak ben je ontvoerd?
Wie oft wurden Sie entführt,?
Hoe vaak ben je naar zijn flat geweest?.
Wie oft waren Sie in seiner Wohnung?
Hoe vaak ben jij al uit die trein gestapt?
Wie oft bist du wohl aus diesem Zug gestiegen?
Hoe vaak ben ik nou hier?
Wie oft bin ich schon hier?
Wat? Hoe vaak ben jij verliefd geweest?.
Wie oft warst du schon verliebt? Was?
Hoe vaak ben jij ingehuurd voor een klus die te voorkomen was?.
Wie oft hast du einen Auftrag bekommen, der nicht nötig gewesen wäre?
Hoe vaak ben jij al gescheiden?
Wie oft wurdest du geschieden?
Hoe vaak ben je aangevallen of ontvoerd?
Wie oft hat man dich angegriffen oder entführt?
Uitslagen: 156, Tijd: 0.056

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits