OFT HABEN - vertaling in Nederlands

vaak hebben
oft haben
häufig haben
keer heb
mal haben
oft haben
mal kriegen
diesmal haben
vaak ben
oft sind
häufig sind
oftmals sind
meistens sind
vielfach sind
in der regel sind
manchmal sind
dikwijls hebben
oft haben
vaak krijgen
oft bekommen
oft haben
häufig erhalten
oft werden
oft erhalten
vaak doen
oft tun
oft machen
oft haben
häufig tun
vaak heb
oft haben
häufig haben
vaak heeft
oft haben
häufig haben
vaak hebt
oft haben
häufig haben
keer hebben
mal haben
oft haben
mal kriegen
diesmal haben
vaak zijn
oft sind
häufig sind
oftmals sind
meistens sind
vielfach sind
in der regel sind
manchmal sind

Voorbeelden van het gebruik van Oft haben in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Wie oft haben Sie sich getroffen?
Hoe vaak heeft u elkaar ontmoet?
Wie oft haben Sie Dylan gesehen?
Hoe vaak heb je Dylan gezien?
Wie oft haben Sie zugestochen?
Hoeveel keer heb je hem gestoken?
Twihards. Wie oft haben wir diesen Film gesehen?
Hoe vaak hebben we die film gezien? Twihards?
Und wie oft haben Sie geheiratet?
Hoe vaak ben je getrouwd?
Wie oft haben Sie mit dem Präsidenten gesprochen?
Hoe vaak hebt u de president gesproken?
Wie oft haben Sie bereits vor Gericht gestanden,?
Hoe vaak heeft u hier al gestaan?
Wie oft haben Sie Watney getötet?
Hoe vaak heb je Watney gedood?
Wie oft haben sie angerufen?
Hoe vaak hebben ze gebeld?
Wie oft haben Sie es getan?
Hoeveel keer heb je het gedaan?
Wie oft haben Sie auf den Knopf gedrückt?
Hoe vaak hebt u op de knop gedrukt?
Wie oft haben wir schon zusammen diesen Tisch gedeckt?
Hoeveel keer hebben we die tafels al zo gezet?
Wie oft haben Sie über diese Ereignisse ausgesagt?
Hoe vaak heeft u in de loop der jaren moeten getuigen?
Wie oft haben Sie ihm unsere Akten gegeben?
Hoe vaak heb je hem al bestanden gegeven?
Wie oft haben wir zusammen gegessen?
Hoe vaak hebben wij samen gegeten?
Wie oft haben Sie auf sie eingestochen?
Hoeveel keer heb je haar gestoken?
Nur allzu oft haben sich die Mitgliedstaaten unserer Union zum Komplizen der Bush-Administration gemacht.
Te vaak zijn lidstaten medeschuldig geweest aan de praktijken van de regering van Bush.
Wie oft haben Sie das schon gemacht?
Hoe vaak hebt u dit gedaan?
Wie oft haben Sie einen Orgasmus?
Hoe vaak heeft u een orgasme?
Wie oft haben Sie beschlossen, mich nicht wiederzusehen?
Hoe vaak heb je beslist me niet meer te zien?
Uitslagen: 378, Tijd: 0.061

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands