Voorbeelden van het gebruik van Vaak heb in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hoe vaak heb je die dag gekokhalst?
Hoe vaak heb ik het gezegd?
Hoe vaak heb je bij deze film overgegeven, Lance?
Hoe vaak heb ik je gezegd?
En hoe vaak heb je die droom?
Hoe vaak heb ik het gezegd?
Hoe vaak heb je hem geslagen?
Hoe vaak heb ik het je al gezegd?
Hoe vaak heb je nu seks?
Hoe vaak heb ik 't mis?
Hoe vaak heb je met die heer gedanst,?
Hoe vaak heb ik dit meegemaakt?
En hoe vaak heb je deze droom?
Hoe vaak heb ik jou verdedigd?
En hoe vaak heb jij dat voor mij gedaan?
Hoe vaak heb ik het al gedaan?
Hoe vaak heb je hem gezien?
Zo vaak heb ik het niet gezegd.
Latka… hoe vaak heb je je vandaag geschoren?
Fijn dat je het zei. Hoe vaak heb ik niet gezegd dat je niet.