Voorbeelden van het gebruik van Zij leven in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zij leven hun leven, wij het onze.
Zij leven vooral van de productie van olijven.
Zij leven in totale harmonie met de natuur.
Want zij leven Hem allen.
Want zij leven Hem allen.
Zij die leven zijn zij die strijden.
Zij leven van onze drugs.
Zij leven met hun Heer, ze ontvangen hun beloning.
Zij leven in het verleden… en stom. niet in de toekomst en dat maakt ze zwak.
Zolang zij leven, zijn we niet veilig.
Maar zij leven nog.
De waarheid is dat terwijl zij leven, wij niet veilig zijn.
Zij leven eenvoudigweg niet lang genoeg.
Zij leven van aas.
Nee, niet zo lang zij leven.
Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.
Ze willen me leren hoe zij leven.
't ons niet kan schelen hoe zij leven.
En misschien zullen we ooit vredig zij aan zij leven.
Alleen omdat zij leven, vrij zijn en intelligent… zullen ze geen idioten