Voorbeelden van het gebruik van Maar weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Kamer was wat aan de kleine kant, maar weer een mooie plek.
Net als gisteren een hoop te zien maar weer geen beren.
Ja, oké, maar weer liefdadigheid.
We waren bang en koud, maar weer een of andere manier.
Oké, ik ga maar weer even…-Nee.
Toe maar weer, als je er maar wel goed voor zorgt.
Maar weer: Fijn dat je meedenkt.
Maar weer was de overwinning voor Napoleon.
Maar weer gebruikt Tahno wat ijs om de overhand te krijgen.
Dan maar weer de lat naar de clip
Bewijs m'n ongelijk maar weer, Teal'c.
Maar weer werd ik gedwongen om te kijken.
Maar weer daverde een geweldige slag.
Zet je maar weer schrap.
Stop maar weer.
Het was maar weer een dorp, dat voor je plezier werd verwoest.
Een baan maar weer, bij 'n reclamebureau.
Ok, maar weer een uniform aan dan.
Ik moest maar weer 's aan het werk.