Voorbeelden van het gebruik van Maar weer in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Kon je maar weer met Jagers vliegen he?
Ga maar weer.
Was ik maar weer 20.
Ga maar weer liggen.
Dan ga ik maar weer naar beneden.
O Boris, waren we maar weer kinderen.
Was ik maar weer jong, en een robot!
Ga maar weer slapen.
Ik ga maar weer naar voren.
Ga maar weer zitten.
Ga maar weer van je partner genieten.
Ga maar weer naar je moeder en Jane.
Ga maar weer aan het werk.
Als ik ze er nu maar weer uit kon laten!
Dan moet ik het maar weer zelf doen.
Ga jij maar weer studeren.
Was ik maar weer jong en vrijgezel.
Dan moet ik maar weer de hoge meisjespartijen zingen.
Ga maar weer slapen.- Zeker weten?
Ga maar weer aan het werk. Dank u wel.