Voorbeelden van het gebruik van Moet het leren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je moet het leren, Sara.
Je moet het leren herkennen!
Je moet het mij leren.
Je moet het leren. Precies.
Je moet het even leren.
Je moet het leren.
En jij moet het me leren.
Iedereen moet het leren.
Ja, ik moet het leren, denk ik.
Die jongen moet het wel leren voordat jij met pensioen bent, Tony.
Je moet het leren.
Je moet het eens leren, kom op!
Je moet het me leren. Alsjeblieft.
maar Sneeuwwitje moet het leren.
Ik wil leren, maar jij moet het me leren.
U moet het hem leren de weg van de ninja.
Je moet het me leren.
Eddie moet het leren.
Je moet het leren waarderen. jongen. Ervaring.
Iedere hond moet het eens leren.