Voorbeelden van het gebruik van Moet stellen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het zijn drie vragen die je moet stellen.
De enige vragen die je hier moet stellen zijn.
Ik heb een vraag die ik je moet stellen.
Een vraag die ik jou moet stellen.
Dat is niet de vraag die je moet stellen.
Dat zijn de vragen die je jezelf moet stellen.
De vraag die ik jou moet stellen is.
Vragen die u zich bij elk verkoopmodel moet stellen.
Dat is geen vraag die je moet stellen.
Dat is de vraag die men zichzelf moet stellen.
De vraag die je jezelf moet stellen is.
Dat is een vraag die elke organisatie zichzelf regelmatig moet stellen.
De vraag die je moet stellen is.
Er is één vraag die ik ook moet stellen.
Dat is een standaard vraag, die ik moet stellen.
En nog een vraag die je jezelf moet stellen.
Er is een vraag die ik ook moet stellen.
Deze vraag is dezelfde vraag die ik jullie vandaag moet stellen.
Dit zijn gewoon bepaalde vragen die ik moet stellen.
De eerste vraag die elke agent moet stellen.