Voorbeelden van het gebruik van Ophouden in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Martine Love zal ophouden te bestaan. Verdwijnen.
Lk kan het niet ophouden.
Dit moet ophouden.
Ga verder. Laat mij je niet ophouden.
Ik kan het niet ophouden.
En kunnen we alsjeblieft ophouden over Audrey?
Indien zij ophouden, waarlijk dan ziet God wat zij doen.
Wil je ophouden met dat ding?
Ik zal ophouden met klagen.
Ze hebben hem. Ophouden met vuren.
Ik heb geplast. Ik kon het niet ophouden.
Bang? Dit moet ophouden.
We zullen je niet te lang ophouden, meneer de vrije ziel.
Je moet je pet ophouden.
Want ik kan niet ophouden met hoesten.
Maar als zij ophouden, dan is Allah zeker Vergevensgezind, Genadevol.
Ik kan ophouden over het homohuwelijk.
Wil je ophouden met Engels te spreken?
Ik kan ze niet langer ophouden.
Over 16 seconden zal hij ophouden.