Voorbeelden van het gebruik van Zit erop in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jouw dag zit erop, Phil.
Mr Matic's zwerversbestaan zit erop.
We gaan. Mijn taak zit erop.
Je vakantie zit erop.
Mijn werk zit erop, he?
Je werk zit erop voor deze zomer.
M'n misdaadbestrijding zit erop.
Mijn pauze zit erop.
Goed, ons werk zit erop.
Onze dienst zit erop.
Het zit erop.
Het bezoekuur zit erop.
Ongeveer tachtig procent van de onderhandelingen zit erop.
De dienst zit erop.
Natuurlijk, uw werk zit erop.
Dit interview zit erop.
Je taak zit erop. Extra bonus.
Mr Pendry, het vliegen zit erop.
Sorry, mammie, het zit erop.
Mijn taak zit erop.