Voorbeelden van het gebruik van Dat hebben in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Goed, dat hebben we, stop er een pin in.
Dat hebben we vastgesteld.
Dat hebben we.
Dat hebben we nog niet.
Dat hebben allerlei rechterlijke uitspraken wel bewezen.
Dat hebben Jonas, jij en ik gezworen.
En dat hebben al die mensen daar buiten wel, okay?
Dat hebben we gemeld.
Dat hebben ze.
Dat hebben we geprobeerd.
En dat hebben de vrouwen.
Dat hebben we allemaal.
Dat hebben we gezien.
En dat hebben we gedaan.
Dat hebben we gedaan.
Dat hebben we afgesproken.
Dat hebben we opgelost.
Dat hebben we gedaan.
Dat hebben we wel.