Voorbeelden van het gebruik van Gezicht in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Eentje die niet in m'n gezicht ontploft.
Blozend gezicht, roodheid in het gezicht en puistjes die mogelijk met pus zijn gevuld.
Verheugd gezicht, weet je?
Ik kijk naar je gezicht en kan niet geloven wat ik voor je voel.
Je had je gezicht moeten zien toen Jane door dat raam sprong.
Het gezicht zegt alles.
Vrolijk gezicht en zijn haar, is afschuwelijk.
Kom, ik wil je gezicht zien als je het leest.
Ik wilde je gezicht zien waneer ik het je vertelde.
Ze helpt me m'n gezicht te redden bij Mark en Annie.
Je had je gezicht moeten zien, Jesus, onbetaalbaar.
Waarom trek je 'n gezicht bij dit hemd?
Ik kan niet wachten Teds gezicht te zien als hij het nieuws hoort.
Ik zag je gezicht toen je uitstapte.
Het zet je gezicht op het lichaam van een bikini model.
En ik zie haar gezicht als we onze brieven lezen.
Gemiddelde hoogte, grappig gezicht, vreemde wenkbrauwen. Nee.
Ik wil alleen je gezicht zien als hij er niet is.
Ook hun gezicht en borsten.
Wil je Carla's gezicht niet zien als we opduiken?