Voorbeelden van het gebruik van Hebben hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We hebben hem, verdomme!
We hebben hem in het zicht.
Ziva en ik hebben hem ontmoet, baas.
Zij hebben hem wel op foto.
Jullie hebben hem gevonden!
Ja, dus we hebben hem naar huis gestuurd.
We hebben hem. Kijk!
We hebben hem binnen 24 uur.
We hebben hem verleden maand geïnterviewd.
We hebben hem. We vertrekken nu.
We hebben hem, kijk maar naar zijn hoofd.
We hebben hem daar ontmoet.
We hebben hem.
Brug, we hebben hem erdoor gehaald!
We hebben hem, we hebben het beest.
Jullie hebben hem laten opsluiten.
We hebben hem, kapitein.
We hebben hem levend nodig!
We hebben hem zodra zijn telefoon contact maakt met de drie masten.
We hebben hem voor ons alleen.