Voorbeelden van het gebruik van Jij weet in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Alsof jij weet, wie dat is.
Jij weet alles over Oz, jij kunt ons inlichten.
Ik vind het leuk dat jij weet je wil.
En ik wil dat jij weet.
Voor zover jij weet.
Maar door zijn gestoordheid wil hij dat jij weet dat hij verantwoordelijk is.
Want ik wil zeker weten dat jij weet dat het anders is.
En jij weet wie dat is?
Jij weet wat er gebeurt en wij niet?
Jij weet niets?
Jij weet vast beter dan ik wat belangrijk is.
Jij weet waar hij was toen hij werd geraakt?
En jij weet dat Nick weet
Jij weet binnenkort hoe dat is.
Jij weet niks van deze stad.
Jij weet altijd alles.
Dus jij weet helemaal niks van politiek?
Jij weet helemaal niet hoe ik me voel.
Jij weet altijd precies wat je tegen me moet zeggen.
Jij weet de waarheid over je moeder niet, toch?