Voorbeelden van het gebruik van Nonsens in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Het was geen nonsens.
Hij ziet de nonsens.
Maar tracht dan uit de nonsens van dit dagelijkse leven te geraken.
Wat een nonsens.
Dat is complete nonsens, het is kitsch.
Nonsens, wij zijn blij jullie te zien.
Nonsens, het is zondag.
Ik spui geen nonsens over Richie.
Zonder nonsens.
Kom op, Gloria, dat is nonsens.
Ik moet m'n vader bezoeken in Brazilië. Wat een nonsens!
Wat een baarlijke nonsens.
Ook dat is nonsens.
Ik heb geen tijd om hier te zitten nonsens vertellen.
Het is gewoon niet het juiste moment voor nonsens, oké?
Het is nonsens.
Denk je dat het nonsens is?
Krijg je regelmatig te maken met zulke nonsens?
Wat als we de basisfysiologie begrepen onder al de nonsens?
maar het meeste was nonsens.