Voorbeelden van het gebruik van Altijd goed in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Parkeren was altijd goed.
Altijd goed lunches.
Relaties tussen twee dezelfde typen zij bijvoorbeeld lang niet altijd goed.
Altijd goed om een nieuwe vriend in de klassieke talen te hebben.
Het is altijd goed om noodgevallen te hebben.
Check altijd goed op de parkeerautomaat hoe lang u kunt parkeren.
Een biefstuk is altijd goed en een fles met iets roods.
Het is altijd goed om mogelijkheden te hebben.
Je hoeft niet altijd goed zijn. Alleen als het nodig is.
En onze producten zijn altijd goed.
And onze producten zijn altijd goed.
dan komt alles altijd goed.
Denim doet het altijd goed.
Onafhankelijkheid, kunstmatige onafhankelijkheid is niet altijd goed.
Dus zijn onze ideeën fout en Zijn ideeën altijd goed.
Ik kan me altijd goed redden.
Altijd goed.
Altijd goed om een plan B te hebben.- Helemaal mee eens.
Altijd goed voor de geest.
Je deed het altijd goed, maar niemand zag het.