Voorbeelden van het gebruik van Hij brak in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Nee. Hij brak mijn sleutelbeen.
Hij brak mijn hart.
Hij brak ons.
Geen operaties, maar hij brak zijn linker sleutelbeen, bij het skiën, vorige winter.
Hij brak je geest.
Hij brak m'n arm en bedreigde haar.
En hij brak mijn pols.".
Hij brak met haar.
Hij brak en probeerde zijn leven te nemen.
Nee, hij brak zijn ziel.
Hij brak door de achterwand van de kamer,
Hij brak mijn neus vorig jaar.
Hij brak de touwen echter van zijn armen als een draad.
Hij brak in via de kelder.
Hij brak de wet.
Hij brak.
Hij brak in bij mijn auto en in mijn huis.
Hij brak ooit mijn neus
Hij brak beiden knieën, enkels,