Voorbeelden van het gebruik van Jezus ging in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.
Jezus ging een tijdje met Helen winkelen om schoenen te kopen,
Jezus ging in Galilea ook weer naar Kana.
En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen;
Times New Roman 5 1Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.
Jezus ging dikwijls met Jakobus,
Jezus ging naar de tempel en joeg de handelaars
Zij kwamen in Jeruzalem en Jezus ging meteen naar de tempel. Hij begon de handelaars
Jezus ging alle steden en dorpen van dat gebied langs
Zijn tijdgenoten wilden gered worden van kwaad en onderdrukking, maar Jezus ging hen redden van het kwaad in zijn volle diepte;
Jezus, ging daar heen om een plaats voor ons te bereiden.
Maar Jezus gaat nog veel verder dan dat.
Jezus gaat naar de stad Naïn.
De woorden van Jezus gaan naar de diepste wortel van het werk van Satan.
Jezus gaat sex met mijn vrouw hebben!
Jezus gaat voorop en wijst de weg.
Die weg van Jezus gaat door de woestijn.
Zij zagen dat sommige leerlingen van Jezus gingen eten zonder eerst hun handen te wassen.
Jezus gaat op weg naar de dood.
Jezus gaat heen om een plaats te bereiden voor zijn leerlingen.