Voorbeelden van het gebruik van Knecht in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe gaat het met die arme knecht?
Ik denk niet dat Bobo iets gehad heeft met Charlotte von Knecht.
Ze zeggen dat jij ook ooit een knecht was.
Is er een verbinding met von Knecht?
Dit is onze nieuwe knecht, Mama.
Richard von Knecht ruzie hadden.
Het betreft de moord op Richard von Knecht.
U zei dat u sliep op de morgen dat von Knecht vermoord werd.
Ik denkt dat Henrik von Knecht zijn vader heeft vermoord.
Die boeren kunnen mooi als knecht bij hun buurman aan de gang.
Die pas werkelijk een dienaar, een knecht zal zijn.
Wat zegt mijn Heer tot Zijn knecht?”.
De knecht die niet praat.
Laat uw knecht m'n paard brengen.
Knecht, boodschapper, acoliet… en offer!
En zij brachten den knecht levende, en waren bovenmate vertroost.
Abrahams knecht nam onmiddellijk tien kamelen en ging op reis.
Een knecht is niet meer dan zijn heer.
De koning was de knecht en de onbekende mysticus zeer dankbaar.
Zijn knecht was nog niet aangekomen.