Voorbeelden van het gebruik van Meen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik meen het uit de grond van mijn hart,
Meen je dat? -Ik ben tenslotte lers.
Ze weten niet of ik het meen of een grapje maak.
Meen je dat serieus?
Meen je dat of voelde je, je verplicht om dat te zeggen?
Meen je dat echt, Ann?
En ik meen dat serieus.
Niet om jullie te fokken hoor Maar ik meen dit oprecht.
Meen je het serieus?
Meen je dat echt, Peter?
Ik meen het, als we thuis zijn zullen er wat dingen veranderen.
Dat meen je niet.
Nee, ik meen het… Er zit hier nog iets bij ons.
is dat omdat ik het meen.
Ik meen dat, Joe.
Meen je dat Joe?
Alex, meen je dit serieus?
Maar ik meen het als ik zeg dat ik verder wil gaan.
Dat meen je niet, Lillian.
Ik meen het, Pete.