Voorbeelden van het gebruik van Moet het doen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Iemand moet het doen. Ben is er niet meer.
Een vervelende klus, maar iemand moet het doen.
Laat mij je eens iets vertellen over je baby, want iemand moet het doen.
Iemand moet het doen.
Jij moet het doen.
Moet het doen!
Iedereen moet het doen.
En iedere serieuze productie moet het doen.
U moet het doen.
Iemand moet het doen.
Iemand moet het doen.
Je moet het ook doen.
Iemand anders moet het doen.
Nou, iemand moet het doen.
Ik moet het doen.
Je moet het doen, schiet ons dood!
Je moet het doen.
Jouw zoon Tom moet het doen.